31.7.06

vliegenpoep

Annabel, de pregnante actrice zit aan de bar. Ze is extrovert uit overtuiging. De extroverte actrice is vegie. Ze is verontwaardigd over de behandeling van koeien en varkens. Annabel heeft een commissariaat bij een ijsjesfabrikant. Ze is commissaris bij een ijsjesfabrikant.
In haar cv maakt ze reclame voor deze ijsjesfabrikant. Het is de ijsfabrikant met de aanstellerige smaken, fudge met chocola en andere aanstellerige combinaties.
Het ijs wordt op een eerlijke manier gefabriceerd.
De actrice zet zich in voor een eerlijke wereld. Er zijn goede en foute manieren om ijs te maken. Zij wil bij de goede horen. Ijsjes maken op de goede manier. Vlees eten is altijd fout. Dat is doden en dat mag niet. Ik maak nog geen vlieg dood, zegt Annabel.
Alleen de vlooien van de hond. Die wel. Maar dat is tegen haar overtuiging. Annabel heeft een vlieg in de jus d orange. Ze zegt, ik eet geen beesten. Ze reikt het glas over de bar en eist een nieuwe jus d'orange.
Ik vis ze er altijd uit de verdronken vliegjes in mijn drankje. Mijn immuunsysteem kan de bevuiling van een klein vliegje in een poel jus d orange wel aan. Annabel is niet vies van de vlieg. Vliegje. Annabel beroept zich op haar principes. Geen vlees eten geeft recht op een schoon vliegvrij glas jus d orange. Ik heb wel affiniteit met dit humane wereldbeeld. Heb het zelfs een tijdje volgehouden. Humaan beleid voor alle beesten in mijn huis.
Vliegen, spinnen, en andere kruipende of gevleugelde beestjes zijn welkom. Ik beloof ze niet te doden. Wil er alleen geen last van hebben. De spinnen betrekken het plafond waar ze ingenieuze kunstwerken spinnen. De nachtvliegjes zwermen met velen rond de zestig watt peertjes. De mug, om een reden die ik niet ken is er altijd maar één, de mug zoekt een plek op de muur en wacht de avond af. Grote spinnen, maken diagonalen over de houten vloer, snel rennend. Pissebedden hebben een voorkeur voor de kale witte muur en kruipen traag omhoog. Ze maken willekeurige tochten over de muur en het plafond en weer terug alsof ze hun oriëntatie kwijt zijn op de witte ondergrond. Dikke vliegen vliegen met veel lawaai de kamer in en zoeken protesterend de weg weer naar buiten. Kleine vliegen maken onder schijnbare invloed van onzichtbare elektrische stralen of ondergrondse aardstralen een onlogische dans rond de lamp. Op en neer en weer terug en laten zich niet onder zachte dwang naar buiten leiden, als motten naar het licht, vliegen ze dwangmatig steeds dezelfde route. Ik spreek met de dieren af, leven en laten leven. Al te grote spinnen worden buiten de deur gezet en nachtvlinders die in paniek tegen de ramen vliegen worden in jampotjes gevangen en in de buitenlucht weer vrijgelaten, de kleintjes mogen blijven. Het is een warme zomer, citroen, lavendel, geurkaarsen, houden de mug niet tegen. De mug wil bloed. Mijn bloed. Ik kruip onder de lakens. Wrijf mijn armen door de lavendelplant. Brandt wierook. Geurkaarsen. De mug is een volhouder. Hij wacht af en zoekt een plekje ongegeurde huid. Prikt en zuigt. Ik dood de mug. Hij was gewaarschuwd, leven en laten leven, bloed zuigen hoort daar niet bij. De plek van de mug wordt ingenomen door een andere mug. Buiten zie ik grote zwermen muggen. Wie bepaalt het territorium. De exclusieve aandacht voor mij vraag ik me af.. Een op een, is dat de machtsverhouding van mug tot mens? Ik verlies, elke avond wordt ik gestoken, niet een keer maar vaak. Als ik de mug niet op tijd onderschept met de avondkrant, wordt ik gestoken en nog eens gestoken. Het liberale beleid wankelt, de muggen steken, de spinnen annexeren het plafond, de pissebedden jagen het bezoek angst aan en de vliegen landen op het ontbijt. Houtwormen doen een aanval op de vloer, motten wonen in mijn wintertruien en eten daar grote gaten uit en de vliegen poepen. De vliegen poepen op mijn witte kleren en op de Dikke van Dale. Het is de vliegenpoep. Het is de spinnenpoep. Poep is de grens. Kleine vieze vlekjes op de kleren, op de boeken, op de muren en wie weet poepen ze wel op het eten. Dat de muggen me verminken met hun vampirisme, dat wormen zich tegoed doen aan de vloerplanken, dat maden ontpoppen uit de bedorven biefstuk, het zijn de wetten van de natuur, maar ontlasting achterlaten op boeken en op het aanrecht en overal ze poepen overal. Wie zoveel tolerantie bepleit is een evolutionaire mislukking. In de survivall-fitnes wil ik niet ondergepoept worden. En dan is er nog de steenmarter, hij is op zolder ingetrokken. Elke nacht neemt hij nieuwe dode beesten mee, de kleine kadavers gaan heel erg stinken. De steenmarter is een nachtdier, als ik wil slapen, gaat de steenmarter spelen, het is een vrolijk beest. Hij rent over de zolder heen en weer.. Naast gevangen dode beesten sleept hij van alles mee. Speelgoed door kinderen vergeten. Rommeltjes. Hij rent over de zoldervloer, speelt met de gevonden trofeeën en maakt veel lawaai. Hij knaagt de zolderisolering aan flarden en hij poept, dikke ronde drollen, die weeïg stinken. De steenmarter is een beschermde diersoort. Doden mag niet. Wegjagen wel. Een stukje kippengaas zorgt ervoor, dat de steenmarter niet meer op haar zolder kan komen. Na een paar weken verdwijnt de stank van de poep. Ik besluit dat de beesten nog even geduld moeten hebben eer ze zich mogen uitleven op mijn sterfelijke lichaam. Verwijder de spinnenwebben. Zuig de pissebedden op en maak jacht op de motten met mijn beste parfum. Vliegen en muggen krijgen strikt vliegverbod binnen de witte muren. Zwarte kevers, mieren en maden een kontaktverbod.

De kinderen spelen buiten. Ze hebben een insectenparadijs gemaakt in een plastic bakje met takjes en blaadjes. Na lang zoeken hebben ze drie spinnen en een mier gevangen. De kleine spin heet Skewie of SW of stom wijf. De twee grote spinnen heten LichtBruin en DonkerBruin. LB of licht begaafd en DB of dom blondje. De mier heeft geen naam gekregen.
Het gaat regenen. LB en DB ontsnappen. Skewie verdrinkt.
Geen dieren dood maken, zeg ik. Geen dieren dood maken.



31 juli 2006
no picture pleases...»